Bij de maandenlange voorbereidingen voor de liquidatie van Gert Nijkamp, op 21 juni 2007, zou ondermeer een Ford Mondeo zijn gebruikt, die op naam stond van een van de vermeende Turkse 'moordmakelaars'. Huiveringwekkend, zoals Angelo M. - de schutter - daarover vertelde. Het voortdurend posten. Bij het bedrijf van Nijkamp. Bij zijn woning. Bij zijn school. Vaak wachtten ze vergeefs, kwam er niemand opdagen. Uiteindelijk hadden ze in gezamenlijk overleg besloten dat de school de beste plek was. Waarom werd er niet bij vermeld, maar misschien omdat je daar minder opvalt, omdat het druk is.
Hoe dan ook, ik heb nooit eerder in de geschiedenis van de misdaad, de automobilie en de algemene geschiedschrijving één en dezelfde auto meegemaakt die door getuigen en anderen zoveel verschillende kleuren werden toegedicht.
Op het kenteken is hij blauw. Op het schutbord rood-aubergine. De politie heeft de auto verschillende keren aangehouden, de ene keer staat er op de bon blauw, de andere keer rood, een derde keer grijs. Hij wordt 'champagnekleurig' genoemd, en rood-aubergine. In de rechtszaal noemt de eigenaar hem 'heel donker kerskleurig.' In de stukken staat hij als 'zilveren', 'zilvergrijze', 'lichtgrijze', 'bruine', rood-parelmoer, grijs en rood. Helaas was er voor de aanwezigen in de zaal geen kleurenstaal beschikbaar.
Anita Nijkamp maakte gistermiddag gebruik van haar spreekrecht. Ze begon met te zeggen dat ze het bijzonder pijnlijk en moeilijk vond, maar dat ze het aan Gert verplicht was. Ze voelt angst, verdriet, pijn, haat, depressie, woede. “De psychische en materiële schade die is veroorzaakt is veel groter dan de meeste mensen kunnen beseffen.”
Ze vertelt hoe ze op 21 juni een verontrustend telefoontje van haar vader kreeg, die een vreemd telefoontje van haar vriendin Annet had ontvangen: er zou iets vreselijks met Gert gebeurd zijn. Ze belt direct naar Annet, maar die durft niet te vertellen wat er is gebeurd. Anita vraagt: waar?
Bij school…
“Ik ben onmiddellijk met de auto naar school gegaan. Ver voor ik bij school kwam werd ik door twee agenten tegengehouden. Pas op dat moment besefte ik dat er werkelijk iets vreemds was. Ik vroeg of Gert dood was en of mijn kind nog leefde.
‘Met de kinderen is niets aan de hand.’
Toen wist ik meteen dat Gert dood was. Pijn, paniek, wanhoop, angst, mijn grote liefde is weg. Hoe vertel je kinderen dat hun vader is doodgeschoten?”
Wie was Gert?
Een lieve, integere, goede vader, de kinderen konden altijd met problemen bij hem terecht, hij was altijd bereid te helpen, te ondersteunen en te beschermen. Op zondag maakte hij vaak een uitgebreid ontbijt, dat kon hij als geen ander. Met het hele gezin aan tafel, er werd gelachen, het was gezellig, geen probleem was onoverkomelijk.
Wie was Gert voor mij?
Mijn grote liefde, mijn maatje, we deden echt alles samen, we waren altijd samen. Werken, zorgen, boodschappen doen, koken, tennissen, lachen, huilen, ons zorgen maken. Samen oud worden. Samen waren we sterk. Toen vijf schoten. Alleen. Gert stierf alleen, ik moet alleen verder. Ik wil het niet, ik kan het niet. Ik vind het heel erg dat ik er niet bij was toen hij stierf, ik had hem graag vastgehouden op die momenten. Het gebeurde op donderdagmorgen, pas op vrijdagavond mocht ik hem voor het eerst zien om hem te identificeren.
Ik ben samen met mijn zusje naar het mortuarium in het ziekenhuis geweest. Een kille ruimte. Hij lag op een geïmproviseerde baar, met een kapot gezicht, in een pyjama die niet van hem was. Ik kon het niet aan, zijn moeder kon het niet aan, zijn zus kon het niet aan. Dit is ons aangedaan. Zijn moeder van 85 zei bij het graf: ‘Ik kom gauw naar je toe, jongen.’
De volgende dag ben ik naar het rouwcentrum gegaan en heb hem zijn mooiste pak aan getrokken en zijn lievelingsschoenen, om hem toonbaar te maken. Hij zag er graag verzorgd uit.
Naast het gezinsleven was muziek zijn grote passie. Op jonge leeftijd speelden we beiden bij een accordeonorkest. Gert heeft van zijn passie zijn beroep gemaakt. Hij is in twee richtingen afgestudeerd op het conservatorium. Ik kom nog steeds mensen tegen die les van hem hebben gehad en zeggen dat ze veel van hem hebben geleerd. Hij was een bevlogen dirigent van zijn eigen orkest.
Spelen op de accordeon was niet genoeg, hij wilde weten hoe het technisch in elkaar zat, hij volgde een technische opleiding in Duitsland. Daarna is hij op de zolderkamer bij zijn ouders thuis beginnen met verkopen en repareren. Dat is uitgegroeid tot een prachtige, goedlopende speciaalzaak. Hij was een bijzonder sociaal en geliefd mens, hij maakte geen verschil tussen de burgemeester en de magazijnmeester. Ik heb ongelooflijk veel steunbetuigingen gekregen. Kaarten, bloemen, tekeningen en gedichten.”
Anita haalt een paar stukjes aan uit een brief van een meisje van elf dat bij Gertje op school zat. Het meisje schreef een brief aan haar en Gertje en één aan de (toen nog) Onbekende Dader.
Uit de eerste brief:
“Ik zit in groep zeven. Ik ken Gert verder niet, maar ik moest heel erg huilen. Ik kan degene die zoiets heeft gedaan wel iets aandoen, ik ben zo boos dat ik wel alles uit het raam kan gooien.”
Uit de brief aan de onbekende dader:
“Hé jij, doe eens even normaal! Hoe haal je ‘t in je hoofd! Je hebt iedereen bang gemaakt! Hoe kun je Gert en zijn moeder dit aandoen! Ik ben nu superbang. Je bent een sukkel, een … Ik ben zo boos! Waarom doe je zoiets? Je bent een moordenaar, ik vind je dom, ik ben boos en verdrietig. Stel dat iemand jou vermoordt, of je kind, of je vriendin, als ik jou tegenkom…”
Volgens Anita heeft de moord veel impact gehad op de kinderen op school.
“Hun gevoel voor veiligheid is voor altijd geweld aangedaan. De angst waarover ze spreekt is er elke dag weer. De familie durfde mij geen minuut alleen te laten. Gertje van zeven heeft het over ‘de dief die mijn vader vermoord heeft.’ Het is geen dief, maar een moordenaar, maar Gertje heeft gelijk: de dief heeft zijn vader gestolen. Hij heeft gevraagd waar je een tijdmachine kunt kopen, zodat je de tijd terug kunt draaien. Hij voelt zich schuldig, omdat zijn vader hem naar school heeft gebracht.”
Voor Anita bestaat het leven uit “werken, slaap en kalmeringsmiddelen. Iedere dag staat in het teken van de dood van Gert. Er is geen zekerheid van leven in deze maatschappij. Het lijkt wel of ik alles van zijlijn volg, er geen deel meer van uitmaak. Mijn man is bewust van mij weggenomen door mensen die ons ons geluk niet gunden. Waarom? Ik verwonder mij dat niets mij meer verwondert.”
*
Bij Pauw & Witteman vertelde 'onze Jessica' Villerius maandagavond over haar documentaire 'Vel over probleem' die vanavond om half negen wordt uitgezonden op Nederland 3. 'Onze Jessica' want ze doet wel eens wat anders, maar eigenlijk is ze 'van de misdaad'. Van Marc Dutroux tot ... Dat blijft nog even geheim.
In mijn boek 'Vrouwen in het kwaad' staat ook een hoofdstuk over haar, maar daar ben ik voorlopig nog niet aan toe. De eerste documentaire maakte heel wat tongen los, het vervolg makat duidelijk dat anorexia nog altijd een erg onderschat probleem is. Meer over de documentaire op de website van vel over probleem
Met televisie is het soms of de duvel ermee speelt. Gistermiddag in de rechtbank in Zutphen had ik het met advocaat Ron Heutink over zijn studie, hij werkte op een gegeven moment - ergens in de jaren zeventig - een aantal jaren samen met Cees Korvinus en ene Jan Wolter Wabeke. De laatste kwam mij slechts vaag bekend voor. Wat zie ik als ik 's avonds naar het acht-uur-journaal kijk (wat ik zelden doe)? Die Wabeke! Gewezen raadsheer, thans Ombudsman Verzekeringen.
Laatste reacties